Terugblik op de laatste consortiumbijeenkomst

Op 8 april 2026 vond in congresgebouw De Vereeniging in Utrecht de tweede consortiumbijeenkomst plaats van onze SPRONG-groep Familiebedrijven voor Brede Welvaart. De bijeenkomst werd georganiseerd bij Grant Thornton en bracht vertegenwoordigers uit onderwijs, onderzoek, en ondernemersdienstverlening samen. Centraal stond de vraag welke kennis nodig is om familiebedrijven te ondersteunen bij hun bijdrage aan brede welvaart.

Na de ontvangst opende het programmateam de bijeenkomst met een korte introductie op de SPRONG-groep en haar ambities. Vervolgens verzorgden Tripta Biekram en Otto Kempkes namens Grant Thornton een presentatie over familiebedrijven en brede welvaart. Daarmee werd de verbinding gelegd tussen de kenmerken en langetermijnoriëntatie van familiebedrijven en hun bijdrage aan economische, maatschappelijke en ecologische waardecreatie. Meer hierover in het whitepaper.

Samen bouwen aan de kennisagenda

Voorafgaand aan de bijeenkomst hadden de consortiumleden via een poll aangegeven welke onderwerpen zij belangrijk vonden. Tijdens vijf parallelle werksessies werden deze onderwerpen verder uitgediept. De deelnemers brachten praktijkervaringen, bestaande kennis en onderzoeksvragen bij elkaar en verkenden welke vervolgstappen binnen de SPRONG-groep mogelijk zijn.

1. Strategie voor brede welvaart in familiebedrijven

In de eerste werksessie stond de vraag centraal hoe brede welvaart onderdeel kan worden van de strategie van familiebedrijven. Begrippen als ‘strategie’ en ‘duurzaamheid’ spreken niet iedere ondernemer direct aan, terwijl veel familiebedrijven in de praktijk al wel maatschappelijke waarde creëren. Bovendien communiceren sommige bedrijven bewust weinig over hun duurzaamheidsactiviteiten, bijvoorbeeld uit angst voor kritiek op onderdelen waarop zij nog niet duurzaam opereren.

Veranderingen in wet- en regelgeving, bedrijfsopvolging en andere belangrijke overgangsmomenten kunnen een aanleiding vormen om het gesprek over brede welvaart te voeren. Nieuw onderzoek kan meer inzicht bieden in de waarden, drijfveren en prikkels die eigenaar-bestuurders stimuleren om brede welvaart in hun strategische besluitvorming te integreren.

2. Familiebedrijven in het regionale ondernemersecosysteem

De tweede werksessie ging over de rol van familiebedrijven in het regionale ondernemersecosysteem. Overheden besteden veel aandacht aan start-ups en scale-ups, maar de betekenis van gevestigde familiebedrijven voor regionale werkgelegenheid, continuïteit en brede welvaart blijft vaak onderbelicht.

Deelnemers bespraken hoe overheden hun beleid, aanbestedingen en marktkracht beter kunnen inzetten om lokale familiebedrijven te betrekken. Daarvoor zijn meer kennis, zichtbaarheid en onderling vertrouwen nodig. De SPRONG-groep kan hieraan bijdragen door met cijfers en praktijkvoorbeelden zichtbaar te maken welke waarde familiebedrijven voor hun regio creëren. Ook kan worden onderzocht hoe overheden en familiebedrijven elkaar beter kunnen vinden bij opdrachten en projecten die bijdragen aan brede welvaart.

3. De Next Gen in familiebedrijven

Deelnemers aan de derde werksessie verkenden onder meer de drijfveren van jonge familieleden, de taal die hen aanspreekt en manieren / activiteiten waarmee ze impact proberen te maken naast het familiebedrijf, kenmerken van de next gen, en hoe ze kunnen bijdragen aan de legacy van het familiebedrijf vanuit hun rol als eigenaar. Vervolgens werd dit laatste onderwerp centraal gesteld omdat dit herkend werd als veelvoorkomend en relevant vraagstuk bij familiebedrijven.

De belangrijkste vraag hierbij is hoe leden van de next gen vanuit hun rol als eigenaar kunnen bijdragen aan maatschappelijke waardecreatie. Dat kan als meewerkend of betrokken eigenaar, maar ook als sociaal ondernemer, filantroop of donateur. Een conclusie van de groep was dat maatschappelijk betrokken eigenaarschap meer aandacht verdient in het onderwijs. Als vervolgstap wordt daarom verkend of dit onderwerp een plek kan krijgen in een aanvraag voor het Regionaal Investeringsfonds mbo.

4. Leiderschap in familiebedrijven

Welke vorm van leiderschap is nodig om doelen zoals continuïteit, familieharmonie, inclusiviteit en maatschappelijke impact te realiseren? Deze vraag stond centraal in de vierde werksessie. De deelnemers benadrukten het belang van leiderschap dat verder kijkt dan financiële resultaten. Reflectief vermogen, openheid voor verschillende perspectieven en voldoende organisatorische ruimte zijn nodig om niet-financiële ambities daadwerkelijk te kunnen nastreven.

Ook de rol van een externe directeur kwam aan bod. Deze kan een brug vormen tussen de waarden en legacy van de familie en de vernieuwing die nodig is voor de toekomst. Vervolgonderzoek moet vooral praktische en contextgerichte handvatten opleveren voor het omgaan met familiedynamiek, de emotionele kant van opvolging en het versterken van vertrouwen tussen familie, eigenaren en directie.

5. Maatschappelijke waardecreatie meten en monitoren

De vijfde werksessie richtte zich op het meten en zichtbaar maken van maatschappelijke waardecreatie. Hoewel er al veel impactinstrumenten bestaan, ontbreekt een breed geaccepteerde en praktisch bruikbare methode voor mkb- en familiebedrijven.

De deelnemers willen onderzoeken met welke tool familiebedrijven hun bijdrage aan brede welvaart eenvoudig kunnen meten, volgen, vergelijken en delen. Zo’n methode moet toegankelijk, betaalbaar en uitvoerbaar zijn en waar mogelijk aansluiten bij bestaande wet- en regelgeving. Daarnaast ontstond het idee om studenten praktijkverhalen te laten verzamelen van familiebedrijven die hun maatschappelijke impact al monitoren. Deze voorbeelden kunnen inzicht geven in werkzame aanpakken en andere ondernemers inspireren.

Van uitwisseling naar gezamenlijk onderzoek

Tijdens de plenaire terugkoppeling werden de belangrijkste inzichten uit de werksessies met elkaar gedeeld. De gesprekken lieten zien dat brede welvaart vanuit verschillende invalshoeken met familiebedrijven is verbonden: van strategie en leiderschap tot eigenaarschap, regionale samenwerking en impactmeting. De opbrengsten van de werksessies vormen daarmee waardevolle input voor nieuw gezamenlijk onderzoek en de verdere ontwikkeling van de kennisagenda.